Buurtgericht werken in een Vinex-wijk

13 mei, 2024 - webredactie

Slaperig, eenvormig, levenloos. Er wordt nogal eens geschamperd op Vinex-locaties. Maar bewoners zelf zijn vaak verrassend positief over het wonen in zo’n nieuwbouwbuurt. Al heeft een wijk met allemaal ‘nieuwe mensen’ ook z’n eigen uitdagingen. “Het creëren van sociale samenhang is essentieel voor het thuisgevoel”, merkt Remco Jutstra – wijkadviseur in Leidsche Rijn.

 

In het bruisende hart van Leidsche Rijn, pal boven de bibliotheek, zit het wijkbureau waar hij werkt. Remco Jutstra hoeft maar een trapje af te dalen om z’n werkgebied binnen te wandelen. Dat doet hij regelmatig, want hij staat graag met zijn voeten in de klei. “Ik kom net binnen hollen na een overleg over co-creatie bij de ontwikkeling van een nieuw park. We hebben daar samen met bewoners een heel participatietraject gelopen. Op cruciale momenten ben ik erbij om advies te geven vanuit mijn buurtkennis. Ik voel me hier als een vis in het water.”
Remco heeft de buurten Leidsche Rijn Centrum en Leeuwesteyn onder zijn hoede, en twee andere buurten die nog in ontwikkeling zijn. Dat de wijk nog niet af is, maakt zijn werk juist leuk: “Dit past bij me, want ik heb een achtergrond als planoloog. In die hoedanigheid heb ik jarenlang als adviseur en projectleider voor verschillende gemeentes gewerkt. Bij een eerdere werkgever – gemeente Woerden – was ik ook een dag per week wijkambtenaar. Dat smaakte naar meer. Een paar jaar geleden maakte ik daarom de overstap naar het wijkgerichte werken. In Leidsche Rijn kan ik die twee kanten combineren: mijn ruimtelijke achtergrond als planoloog helpt me hier enorm in het wijkwerk.”

 

Sociale samenhang

Met inmiddels ruim 100.000 inwoners is Leidsche Rijn de grootste Vinex-locatie van Nederland. Na de samenvoeging met Vleuten-De Meern verrezen 25 jaar geleden de eerste woningen. Leidsche Rijn is heel afwisselend: van landelijke buurten tot stedelijke hoogbouw. Uit onderzoek blijkt dat mensen hier goed wonen. Ze genieten van de ruimte, de groene en mooi afgewerkte omgeving, en de comfortabele woningen.
Maar er is ook een keerzijde. Al die mensen die vaak met honderden tegelijkertijd in een nieuwe buurt komen wonen, hebben niet meteen ook goed contact als buren. De sociale samenhang in Leidsche Rijn blijft achter en de eenzaamheid is er groter dan gemiddeld in Utrecht. Ook het welbevinden onder jongeren – een grote groep – is een punt van zorg.

 

Wie zijn mijn buren?

Om te kijken hoe dat anders kan, hebben Remco en zijn collega’s samen met allerlei andere partners de pilot Wij(k) bouwen uitgevoerd. Dat gebeurde in de nieuwbouwbuurt Leeuwesteyn. “Bij nieuwbouw leeft vaak het beeld dat bewoners de eerste tijd vooral druk zijn met de inrichting van hun huis en tuin. De rest komt later wel. Maar wij merkten in de pilot juist dat mensen die nieuw in een buurt komen, meteen op zoek gaan naar sociaal contact. Ze willen weten: in wat voor buurt leef ik, wie zijn mijn buren, wat is er te doen? Sociale cohesie is essentieel om te zorgen dat mensen zich sneller thuis voelen.”

 

Ontmoetingsplekken

Het belangrijkste leerpunt van de pilot was dan ook om meteen vanaf het begin als maatschappelijke partners betrokken te zijn bij een buurt. “Dat vraagt om een brede inzet”, zegt Remco. “Als gemeente werken we hierin bijvoorbeeld samen met de sociaal makelaars van DOCK, de welzijnsorganisatie die buurthuizen beheert en activiteiten organiseert. Maar ook met SportUtrecht, dat gezond bewegen stimuleert. En met JoU Jongerenwerk, dat zich specifiek richt op de grote groep jongeren in de wijk. Juist bij de start moet je er samen zijn voor de bewoners.”
Een tweede belangrijke les is dat voorzieningen een grote rol kunnen spelen in het creëren van samenhang. “De aanwezigheid van een school of van ontmoetingsplekken is heel wezenlijk voor de ontwikkeling van een buurt. Maar die voorzieningen zijn er niet altijd vanaf het begin. We proberen daar vanuit de gemeente nu meer op te sturen: groeien de voorzieningen wel goed mee met de buurt, en sluiten ze aan op de doelgroepen?”

 

Ruimte laten

Een opvallend derde leerpunt is dat je ook weer niet alles moet dichttimmeren. Een nieuwe buurt heeft speelruimte nodig voor onvoorziene behoeften. Bijvoorbeeld voor plekken waar je samen met bewoners nieuwe functies kunt ontwikkelen waar je vooraf misschien niet aan gedacht had. “Je moet als gemeente oppassen dat je niet alles voor bewoners gaat bedenken. In de buurten waar ik werk, zie ik dat bewoners zich graag willen inzetten voor de wijk en daar ook hun eigen ideeën over hebben. We hebben hier bijvoorbeeld het wijkplatform Indekerngezond, dat een eigen ontmoetingsplek heeft. Vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid werken bewoners hier aan de buurt – gericht op eigen regie, meedoen en betekenisvol in het leven staan. Ik zie dat dit enorm gewaardeerd wordt en ook nodig is.”
Maatschappelijke professionals, informele zorg en bewoners vinden elkaar ook in het nieuwe netwerk X, waarin domeinoverstijgend wordt samengewerkt aan veerkracht en vitaliteit. Begin juni staat bijvoorbeeld een ‘meetup’ in festivalsetting op de agenda.

 

Stadsmakers

Het ondersteunen van bewonersinitiatieven vindt Remco een van de leukste dingen van zijn werk. “In mijn vrije tijd ben ik zelf ook actief als bewoner – in mijn geval dan als ‘dorpsmaker’ in Austerlitz, vlak bij Utrecht. Ik ken de dynamiek van initiatieven dus ook van de bewonerskant. En ik weet dat de gemeente voor actieve bewoners soms een veelkoppig monster is waarmee je maar moeilijk kunt schakelen. Daarom probeer ik naast al die ‘stadsmakers’ hier in Leidsche Rijn te staan, die iets voor hun buurt willen doen.”

 

Ben je ook werkzaam in een nieuwbouwwijk en lijkt het je leuk om ervaringen uit te wisselen met andere wijkwerkers in zo’n buurt? We organiseren een online inspiratiesessie met Remco Jutstra. Stuur ons een mailtje als je interesse hebt, de datum volgt nog. 

In het rapport ‘Stenen maken nog geen buurt’ lees je meer over de lessen van de pilot ‘Wij(k) bouwen’.