‘Hoe geef je bewoners de ruimte om zélf een gemeenschap te vormen?’

26 juni, 2024 - Bas Popkema

In het afgelopen halfjaar kwamen ruim veertig wijkprofessionals driemaal bij elkaar voor de LPB-werkplaats over Asset Based Community Development (ABCD). De kernvraag: hoe kun je als gemeente community building ondersteunen in plaats van in de weg staan? Voor wie er niet bij was: een terugblik met workshopleider Joop Hofman.

 

Meer bewonersinvloed. Joop Hofman heeft maar twee woorden nodig om samen te vatten waar hij voor gaat. Afkomstig uit de wereld van het opbouwwerk raakte hij de afgelopen decennia steeds meer betrokken bij het thema ‘bewonerszeggenschap’. Nu helpt hij zowel inwoners als organisaties bij gemeenschapsopbouw, in de overtuiging dat er enorm veel energie zit in gemeenschappen.
Joop werkt veel met ABCD, maar hij is er meteen duidelijk over: “ABCD is geen maniertje, geen methode.” Wat het dan wel is? “Eigenlijk staat het gewoon voor de manier waarop wij mensen al duizenden jaren gemeenschappen vormen. Je zou het net zo goed ‘gemeenschapskracht’ kunnen noemen. Als je die gemeenschapsvorming onder de loep neemt, zie je dat een aantal principes steeds terugkeert. En daar hebben we het labeltje ABCD aan gehangen.”

 

Not what’s wrong

Wat zijn dan die principes van gemeenschapsvorming – dat was het eerste punt waar de deelnemers aan de werkplaats op inzoomden. Het begint ermee, zegt Joop, dat je aan de slag gaat vanuit de kracht van bewoners en niet vanuit het tekort. “In het Engels zeggen ze dat zo mooi: ‘Not what’s wrong but what’s strong’. Met ABCD haal je naar boven waar de sterktes van bewoners zitten. Dat gebruik je om de kracht van de gemeenschap als geheel te versterken.”
Een tweede principe: de relatie staat voorop. “In Nederland beginnen we – zeker in het professionele leven – graag bij de taken die moeten gebeuren. Daar zoeken we vervolgens mensen bij: de relatie. Maar bij gemeenschapsopbouw werkt het precies andersom. Je start bij relaties, bij mensen die elkaar opzoeken omdat ze elkaar aardig vinden. Vanuit die relatie ontstaat als vanzelf energie en inzet. Mensen die elkaar gevonden hebben, gaan samen verantwoordelijkheid nemen en taken oppakken.”

‘ABCD begint bij de relatie, bij mensen die elkaar opzoeken en samen verantwoordelijkheid nemen’

En een derde principe: iedereen wordt aangehaakt. “Het risico van sterke gemeenschappen is dat bepaalde stemmen of groepen domineren. Daarom is het altijd zaak om te kijken wie er níét aan de tafel zit die er wél zou moeten zitten. Bij ABCD zeggen we dan: wie hoort er op de lege stoel? Als je ruimte maakt voor álle mensen, kan zich een gemeenschap ontwikkelen waarin iedereen een plek vindt.”

 

Balanceeract

Gemeenten hebben steeds meer oog voor de kracht die schuilt in gemeenschappen. Participatie staat hoog op de agenda en wijkgericht werken krijgt steeds meer vorm. Maar vaak is dat nog een forse stap verwijderd van echte gemeenschapsopbouw, ziet Joop. “Veel lokale overheden werken vanuit de vraag: waar hebben bewoners behoefte aan. Bij ABCD stel je de vraag: wat kunnen bewoners bijdragen. Dat is een fundamenteel verschil. Het is niet de taak van de gemeente om een behoefte te vervullen. Het is haar taak om bewoners te ondersteunen om bij te dragen.”
Die benadering betekent een wezenlijk andere houding van wijkprofessionals. “In onze werkplaats zagen we heel duidelijk hoe mensen daarmee worstelden. In de gemeentepraktijk werk je toch vaak vanuit beleidsopgaven. Je bent gewend om het heft in handen te nemen. Maar bij ABCD ben jij in principe niet in the lead. Het is een soort balanceeract: hoe geef je bewoners de ruimte om zélf gemeenschappen te vormen?”

 

Ruimtemakers

Joop is de eerste om te erkennen dat dit niet eenvoudig is. “Belangrijk is het bewustzijn dat je als wijkprofessional geen onderdeel bent van de gemeenschap, maar dat je er wel toe doet voor die gemeenschap. Je bent geen insider en geen outsider, maar een alongsider. Je loopt mee en probeert ruimte te creëren voor de kracht van de groep zelf. Tijdens onze werkplaats zagen we dat dit vooral betekent: dat je als wijkprofessional ruimte binnen je eigen gemeentelijke organisatie creëert om écht vanuit de gemeenschap te denken.”

‘Als wijkprofessional ben je geen insider of outsider, maar een alongsider’

En eigenlijk geldt dan diezelfde ABCD-houding: zoek binnen je gemeente naar de kracht en niet naar het tekort. “Je kunt snel verbitterd raken door dwarsliggers binnen de ambtelijke organisatie, door de bureaucratie en de stroperige processen. Maar het werkt veel beter om te zoeken naar een coalition of the willing, naar ruimtemakers voor de toekomst. Ik zie overal dat wijkprofessionals met collega’s vanuit het gemeentehuis de wijk ingaan om zaken te regelen. En die groep wordt steeds groter.”

 

Van moestuin tot coöperatie

Hoe dat er in de praktijk van het wijkgerichte werk uitziet, kan alle kanten opgaan. De ene keer geef je als gemeente de aanzet om community building vlot te trekken. “In Doetinchem bijvoorbeeld was er in de wijk Overstegen sprake van overlast, onveiligheid en een gebrek aan samenhang. De gemeente en andere partners hebben daar een community builder aangesteld om een zetje te geven. Opeens begonnen er dingen te stromen. Jongeren die jaren overlast hadden veroorzaakt, stonden nu kerstbomen te versieren. Mensen startten samen een moestuintje of gingen samen koffie drinken. De criminaliteitscijfers daalden en binnen een halfjaar zat de wijk op het gemiddelde van Doetinchem. Je kunt er geen vinger op leggen hoe dat precies werkt, maar het gebeurt.”
Een andere keer zijn het de bewoners zelf die het voortouw nemen. “In Zutphen stond een groep bewoners op met een plan om de energietransitie mede te organiseren. ‘Wij kunnen dat beter dan jullie’, zeiden ze tegen de gemeente. Voor een gemeente is het best een stap om dat los te laten. Maar deze gemeente gaf de groep het vertrouwen en ondersteunde het initiatief. Zo ontstaan er op allerlei plekken mooie initiatieven vanuit gemeenschapskracht. Neem ook de buurtcoöperaties Zuid Doet Samen in Apeldoorn en GoeieBuurt in Groningen.”

 

Hoogwaardig knutselen

Uiteindelijk is de wijkprofessional in dat speelveld vooral een manusje-van-alles die gemeenschap en overheid aan elkaar knoopt: “Aan het eind van onze werkplaats concludeerden we dat de werkers in wijk en buurt echt mensen van het handwerk zijn. ’s Ochtends slepen ze het college mee de wijk in om te laten zien wat daar speelt, omdat ze weten dat dit beter werkt dan weer een visiestuk schrijven. Rond de middag fietsen ze door de wijk om bij bewoners te polsen wat er speelt. En later op de dag leggen ze het contact tussen een bewoner en een ambtenaar, om iets gedaan te krijgen. Hoogwaardig knutselen is het, en dat bedoel ik positief. Want bij het werk in buurt en wijk – en zeker bij community building – loopt alles toch altijd nét even anders.”

‘Bij het werk in buurt en wijk loopt alles toch altijd nét even anders’