Op straat komen de verhalen los

Steeds meer gemeenten gebruiken een mobiele ontmoetingsplek om met inwoners aan de praat te raken. Een-op-een in gesprek met de buurt ontstaat verbinding en voelen mensen zich gehoord. Wijkmakelaar Carmen Mutsaers (gemeente Oosterhout), kernbeheerder Han van Egmond (gemeente Hollands Kroon) en onderzoeker Erik van Marissing over de kracht van bakfiets en buurtmobiel.

 

Als ze met haar gezellige bakfiets de wijk binnen komt trappen, ziet ze de hoofden al draaien. En meestal heeft ze tijdens het klaarzetten van haar koffiekannen al een praatje te pakken. Voor wijkmakelaar Carmen Mutsaers van de gemeente Oosterhout ging er een wereld open toen ze voor het eerst met haar mobiele ontmoetingsplek op stap ging.
“Eigenlijk is het initiatief uit nood geboren”, vertelt ze. “Tijdens corona mocht je natuurlijk niet met bewoners binnen afspreken. Dus dacht ik: dan ga ik maar de straat op. Het was zo’n succes dat ik ermee door ben gegaan. Mensen kunnen hier heel vrijblijvend in gesprek – met mij, maar ook met elkaar. Inmiddels hebben de twee andere wijkmakelaars van onze gemeente ook zo’n mobiele ontmoetingsplek. De ene gebruikt een fietskar, zij vindt een bakfiets te zwaar. En de andere een tuktuk, want hij moet vaak iets verder weg.”

 

Ontspannen setting

Een vast moment om de wijk in te gaan heeft ze niet, Carmen springt vooral op de bakfiets als er een aanleiding is om de buurt te bezoeken. “Een tijdje geleden hadden we een steekincident in de wijk. Dat veroorzaakte veel onrust. Op zo’n moment ga ik ernaartoe, bijvoorbeeld met de boa of de wijkagent. Mensen kunnen dan hun verhaal doen en hun zorgen delen. Je merkt dat daar echt behoefte aan is.”
Ze gebruikt de mobiele ontmoetingsplek ook als bewoners in gesprek willen over een buurtinitiatief. “In deze setting kun je heel ontspannen in gesprek over zo’n idee. Soms hebben mensen vragen over het initiatief die ze graag willen bespreken. Het gebeurt ook regelmatig dat andere buurtbewoners ter plekke enthousiast raken over zo’n initiatief.”
Verder neemt ze poolshoogte per bakfiets als ze signalen krijgt dat het ergens in een straat of buurt niet lekker loopt. “Bijvoorbeeld als we horen dat er veel gedoe is, of dat kwetsbaarheden zich opstapelen. Dan breng ik een bezoekje om aan te voelen wat er speelt. De verhalen komen vanzelf los als je samen een bakkie doet.”

 

Naar buiten toe

Stadsgeograaf Erik van Marissing uit Amersfoort herkent de ervaringen van Carmen. Hij doet al jaren onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken, waaronder de betekenis van ontmoetingsplekken. In de afgelopen tijd zag hij de interesse voor mobiele ontmoetingsplekken toenemen. “Ik heb inmiddels met zo’n vijftig initiatieven gesproken, ze zijn er in allerlei vormen. In Arnhem gaat iemand vanuit het inloophuis met een bolderkar de straat op. Met de Thuisbus in Woerden – een bestelbus met pop-upterras – wordt een ontmoetingsplek gecreëerd voor ouderen. En in Amsterdam heb je het Tiny Buurthouse, een bakfiets als minibuurthuis.”
Vorm en insteek verschillen dus, maar de kern zit hem volgens Erik in twee dingen. Allereerst: dat je mensen met elkaar in contact wilt brengen en de ontmoeting wilt faciliteren. En daarnaast: dat je daarvoor geen vaste plek gebruikt, maar eentje op wielen. “Het mooie is dat je daarmee superlaagdrempelig contact realiseert. Iedereen kan aanschuiven, ook als je met een rollator loopt of als je de taal niet spreekt. Het is vertrouwd omdat het in je eigen omgeving is. Je kunt ook zo weer weg als je het te spannend vindt worden. En het gaat uit van gelijkwaardigheid: de echte relatie staat centraal.”

 

Verwondering

Zelf is Erik ook kartrekker van zo’n ontmoetingsplek. Met de bakfiets gaat hij regelmatig zijn woonwijk in om ‘Buurtterras Kattenbroek’ op te zetten. In een mum van tijd maakt hij een gezellig straatterras met de stoeltjes en tafeltjes uit de bak. Daar raken mensen met hem en met elkaar in gesprek. “Je ziet verwondering bij de voorbijgangers: wat is dit, waarom gebeurt dit? Er is ook waardering: wat goed dat dit gebeurt. En verbazing: wat gek eigenlijk dat we dit soort settings niet gewoon zélf creëren? Het mooiste vind ik als mensen ontdekken dat ze elkaars buren zijn, dat er verbinding ontstaat.”
Het liefst neemt Erik andere mensen mee als hij zijn terras uitrolt: van actieve bewoners tot mensen die in de wijk werken. “Sinds anderhalf jaar is het inloophuis uit de wijk aangehaakt, wat voor een mooie wisselwerking zorgt. Soms neem ik de wijkagent of een jongerenwerker mee, zodat mensen daarmee in gesprek kunnen. Een tijdje geleden had ik een bezoeker die een klacht had over het verkeer. Toevallig had ik net de gebiedsadviseur te gast, die kon de melding meteen oppakken.”

 

Marktkraam

Het zijn met name sociale ondernemers en organisaties in zorg en welzijn die een mobiele ontmoetingsplek inzetten, ziet Erik. Maar ook woningcorporaties maken er steeds vaker gebruik van. En gemeenten dus, want Carmen is met haar bakfiets zeker niet de enige. Op allerlei plekken gaat de lokale overheid per fiets of bus de buurt in. Om de stemming in de wijk te peilen, om advies te geven over duurzaamheid, om initiatieven te ondersteunen – noem maar op.
Ook in de gemeente Hollands Kroon, in de kop van Noord-Holland, merken ze dat het werkt. Daar rijdt sinds 2019 de HK-mobiel rond, een soort ‘mobiele marktkraam’ die als gemeenteloket en ontmoetingsplek fungeert. Han van Egmond kwam samen met collega’s op het idee. Hij is kernbeheerder, een rol waarin hij bewoners ondersteunt bij initiatieven in de buitenruimte. “Daarvoor moet je wel naar de bewoners toe om in gesprek te gaan. Omdat onze gemeente zo uitgestrekt is, bedachten we dat een bus zou helpen. Verschillende andere teams zagen daar ook het nut van in, vooral in het sociale domein. We begonnen in vier dorpen, maar al snel kregen we vragen vanuit allerlei andere plekken. Nu maken we elke vier weken een ronde langs twaalf kernen.”

Signalen oppikken

Als de wagen een van de dorpspleinen oprijdt en de klep opengaat, stromen de mensen meestal snel toe. Vaak zit Han – of een andere kernbeheerder – met twee collega’s op de wagen. “We hebben iemand van het klantcontactcentrum die inwoners met vragen snel verder kan helpen. Er is iemand van de buitendienst die alles weet over de buitenruimte. En de kernbeheerder om signalen van inwoners op te pikken en met hen in gesprek te gaan over initiatieven of zaken die opgepakt moeten worden.”
De HK-mobiel maakt nieuwe ontmoetingen mogelijk, merkt Han. “In deze regio wonen en werken bijvoorbeeld veel arbeidsmigranten, een groep die toch wel kwetsbaar is. We wilden graag met hen in gesprek om te kijken wat we voor hen kunnen betekenen. Daarvoor zijn we bij winkels gaan staan waar zij vaak komen, zoals de Lidl en de Aldi. We hadden borden in het Pools en Roemeens met onze vraag. En dan komen er toch gesprekken op gang.”

 

Gehoord worden

Mobiele ontmoetingsplekken kunnen een grote rol spelen bij het overbruggen van de afstand tussen overheid en burger, ziet Erik in de praktijk. “Zodra je bij een gemeenteloket komt, ben je in een gezagsrelatie. Dan ben je op een ongelijkwaardige manier in contact. Bij een mobiele ontmoetingsplek heb je daar veel minder last van. Ik heb regelmatig een wethouder die vraagt of zij haar wijkspreekuur op mijn buurtterras kan houden. En toen de burgemeester aan z’n derde termijn begon en alle wijken wilde bezoeken, kwam hij naar het buurtterras om in gesprek te gaan. Het leuke was: mensen ontdekten soms pas in gesprek met hem dat hij de burgemeester was. Het is dus een heel goede manier om dicht bij mensen te zijn, te luisteren en een echt gesprek op gang te brengen.”
Voor veel ambtenaren kan het een enorme verrijking zijn om gewoon eens twee uurtjes buiten bij zo’n ontmoetingsplek te staan, denkt hij. “Je krijgt echt een beter beeld van hoe mensen dingen beleven en ontvangen. Op straat komt er iets los: mensen kunnen bijvoorbeeld heel letterlijk aanwijzen wat het probleem is. En ze voelen: blijkbaar word ik toch gehoord, ik kan dus echt bij de gemeente terecht met mijn verhaal.”

 

Meer weten over mobiele ontmoetingsplekken? Op LinkedIn vind je het Netwerk Mobiele Ontmoetingsplekken, waar leden kennis en ervaringen uitwisselen.

 

 

3 tips voor wijkprofessionals

 

1. Carmen: Begin gewoon en laat je niet te snel ontmoedigen
“Koop een bakfiets en ga die buurt in. Reken erop dat je eerst even door de klachten over overhangende takken, hondenpoep en hardrijders heen moet. Maar daarna komt het echte gesprek. Houd het dus niet bij één keer, maar kom vaker terug. Dan beginnen mensen je te kennen en krijg je meer te horen.”

 

2. Erik: Gebruik prikkelende vragen om het gesprek op gang te brengen
“Mensen vinden het eerste contact soms toch lastig. Wat dan praktisch helpt om het gesprek op gang te brengen: ik heb een prikbord waar ik briefjes ophang met een prikkelende vraag. Voorbijgangers gaan die vaak eerst lezen en raken dan aan de praat. Het is een mooie manier om het ijs te breken.”

 

3. Han: Probeer uit welke aanpak het beste werkt
“Elke buurt is weer anders en vraagt een andere aanpak. Wij ontdekten bijvoorbeeld dat het goed werkt om met de HK-mobiel bij een winkel te parkeren. Als mensen de winkel inlopen, zien ze ons al staan. En als ze dan naar buiten komen, lopen ze rechtstreeks naar ons toe met hun vraag of opmerking. Probeer dus uit welke plek en welke manier werkt.”

 

Lees ook het volgende

Het lidmaatschap voor het LPB sluit je af per organisatie. Je betaalt als organisatie slechts € 500,- per jaar. Het spreekt natuurlijk voor zich; hoe meer leden, hoe beter wij de wijkaanpak en het werk van de wijkprofessional kunnen ontwikkelen. Al meer dan honderd gemeenten en organisaties zijn aangesloten bij het LPB.

Voordelen lidmaatschap

  • je krijgt korting op deelname aan het jaarlijkse LPB Congres. Deelname aan het LPB Congres kost dan € 399,-* (normaal € 549,-). Dit is exclusief overnachtingskosten.
  • toegang tot diverse werkgroepen en themabijeenkomsten
  • toegang tot een netwerk van wijkprofessionals
  • promotie van je eigen activiteiten en werkwijzen op de www.LPB.nl en via de digitale nieuwsbrief

Martin: Hier graag een formulier inbouwen