Met enige weemoed zwaaien we onze bestuurder René Kerkwijk uit. Dat doen we op het LPB-congres, het event waar hij het LPB leerde kennen en meteen verkocht was. Hoe kijkt hij terug op zijn bestuurstijd en wat typeert volgens hem het vak van wijkprofessional? “Zoals een bewoner ooit tegen me zei: de gemeente is kut maar jij niet.”
Wanneer ben je gestart als LPB-bestuurder en wat maakt dat je nu stopt?
“In 2007 werd ik ambtenaar bij de gemeente Eindhoven en op mijn vierde werkdag begon het LPB-congres in diezelfde stad. Ik mocht de sfeer proeven en ik was meteen verkocht. Na een aantal jaren in de klankbordgroep kwam ik in het bestuur, alweer zo’n vijftien jaar geleden. Ik ben een voorstander van doorstroming in besturen en ik heb me hardgemaakt voor een maximale zittingsduur. Daarom is het logisch dat ik nu stop. Eigenlijk zou ik vorig jaar al weggaan, maar toen vielen er een paar leden uit. Nu zijn er nieuwe mensen en het dartelt – en ik dartel niet zo hard meer als toen.”
Hoe heeft het gebiedsgerichte werken zich ontwikkeld in jouw bestuursperiode?
“Wijkambtenaren hebben vaste grond onder de voeten gekregen. Gemeenten weten inmiddels dat wij de mensen zijn die de signalen van buiten vertalen naar de gemeentelijke organisatie. Bestuurders komen bij ons aankloppen om te horen wat er nodig is in de wijk. De wijkprofessional is steeds meer de constante factor in de bestuurlijke golfbewegingen.
Verder valt me op dat de positie van inwoners veel sterker is geworden. Het hele ABCD-denken heeft een enorme vlucht genomen. Van inspraak, samenspraak en cocreatie komen we nu bij de vraag hoe ver de zeggenschap van inwoners reikt. Durven we hen zelf te laten bepalen en als gemeente alleen de kaders te schetsen? Als wijkambtenaar sta je midden in die discussie.”
Hoe kijk je terug op je tijd als bestuurslid?
“Ik heb in allerlei besturen gezeten en ben jarenlang raadslid geweest, maar het LPB-bestuur is wel het leukste. Er zitten veel scherpe geesten in, waardoor ik elke keer weer iets leerde. Toch blijft het jaarlijkse congres het allermooiste. Het is net als met carnaval: je ontmoet er vrienden die je maar één keer per jaar ziet, maar je weet dat het goed zit. Het zijn die glinsterende oogjes als mensen elkaar weer tegenkomen.”
Wat geef je wijkprofessionals mee voor de komende jaren?
“Pak de cruciale rol die je hebt in het samenbrengen van inwoners en professionals. Zoek elkaar op in vredestijd en verdiep het contact, zodat je elkaar ook kunt vinden als het spannend wordt. Als wijkprofessional ben je echt onderscheidend. Zoals een bewoner ooit tegen me zei: ‘De gemeente is kut maar jij niet.’
Vergeet daarin je eigen organisatie niet. Voor veel wijkprofessionals geldt: ze zijn ‘buiten’ heel goed, maar binnen de gemeentelijke organisatie vinden ze het ingewikkeld. Terwijl juist daar veel mogelijkheden liggen voor je werk en je wijk. Ga binnen net zo te werk als buiten.
En tot slot: leg zaken vast. Wijkambtenaren zijn vaak creatief en wat chaotisch. Maar het is wel nodig om afspraken en andere zaken op papier te hebben.”
Heb je al een nieuwe uitdaging in het vooruitzicht?
“Ik ben van plan om lokaal een vrijwilligerstaak op te pakken. Ik zie veel verenigingen die geen bestuurder kunnen vinden. Het liefst ga ik voor een vereniging waar het rommelt – ik vind het leuk als er wat op orde te brengen valt.”














