Publicatie: Gemeenteambtenaren als ‘publieke bricoleurs’

25 september, 2019 - Webredactie
PubliekeBricoleurs

Gemeenteambtenaren in de participatiesamenleving hebben andere vaardigheden, een andere werkhouding en soms meer vrijheid nodig om hun werk goed te kunnen doen. Dat blijkt uit onderzoek van Tilburg University in zes gemeenten. Ambtenaren die met burgers samenwerken zijn vaak ‘publieke bricoleurs’: ze verbinden op open, creatieve wijze verschillende belangen, perspectieven, kennis en middelen om samen met betrokkenen concrete resultaten te bewerkstelligen.

Gemeenten zoeken sinds een aantal jaar steeds meer de samenwerking met hun inwoners, zetten in op inclusieve democratie of overheidsparticipatie en experimenteren met democratische innovaties. Maar wat vraagt dat van het vakmanschap van ambtenaren?

De onderzoekers Wieke Blijleven, Merlijn van Hulst en Frank Hendriks van het Tilburg Institute of Governance spraken met een grote groep ambtenaren, variërend van wijkmanagers tot projectleiders en beleidsadviseurs, in Amersfoort, Apeldoorn, Berkelland, Breda, Harderwijk en Tilburg, individueel en in groepsverband. Behalve met deze zes gemeenten werd het project uitgevoerd in samenwerking met het AenO fonds Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG. De resultaten zijn gepubliceerd in het essay Publieke bricoleurs: Over ambtelijk vakmanschap op het raakvlak van gemeente en gemeenschap (pdf).

Vijf vitale werkpraktijken

Het onderzoek laat zien dat dat ambtelijk vakmanschap anno 2019 meer behelst dan het ophalen of voorleggen van ideeën. Ambtenaren brengen vaak zeer uiteenlopende belangen, perspectieven, kennis en middelen bij elkaar om samen met betrokkenen win-win situaties te creëren. Ze zetten daarvoor vijf ‘vitale werkpraktijken’ in:

  1. Situaties in kaart brengen;
  2. investeren in relaties met bewoners en belanghebbenden;
  3. bouwen aan oplossingen met draagvlak;
  4. aansluiting zoekentussen ‘buiten’ en ‘binnen’ het gemeentehuis; en
  5. praktische ondersteuning bieden aan de ideeën en initiatieven die daaruit voortkomen.

Het onderzoek ontleedt deze praktijken en biedt praktische tips, maar laat ook zien dat deze werkwijzen een bepaalde houding vereisen. Werken op het raakvlak van gemeente en gemeenschap vraagt om een open houding ten aanzien van het vraagstuk in kwestie en de verschillende perspectieven daarbinnen en ten aanzien van het proces, zonder het streven naar concreet resultaat los te laten. Het vraagt om verbindend optreden, tussen mensen, processen en middelen en om ‘bricolage’: in staat zijn ‘met vaak beperkte middelen iets nieuws te creëren’.

De organisatie als barrière en potentieel
Het onderzoek laat ook zien dat ambtenaren tegen grenzen oplopen. De staande (gemeentelijke) organisatie biedt houvast en geeft kansen, maar kan ook in de weg zitten. Vasthouden aan al te strikte beleid- en wetgevingtijdgebrek en werkdruk, traditionele vormen van sturing en managementpolitiek en vooral de hardnekkige verkokering staan volgens de ambtenaren het werken met buiten in de weg.

Opvallend is dat die barrières met name worden ervaren tussen ambtenaren onderling. Collega’s stonden stipt op nummer één, wanneer het gaat om wat hindert binnen de organisatie. Waar ambtenaren behoefte aan hebben is vooral ruimte in de vorm van flexibel(er) te besteden tijd, geld en beslissingsmacht, ondersteund door bestuurlijke rugdekking en draagvlak, en een heldere visie op participatie en samenwerking en tot slot reflectie, evaluatie en leerinterventies.

Aanbevelingen
Voor gemeenten verdient het dan ook aanbeveling om ‘binnen’ meer structureel ruimte te maken voor ‘buiten’ en de verbinding tussen en het gezamenlijk leren van de ambtenaren binnen en buiten te versterken, aldus de onderzoekers. Tot slot benadrukt het onderzoek het belang van gevarieerde teams. Idealiter worden de verschillende aspecten van het onderzochte vakmanschap door meerdere ambtenaren ingevuld, waarin ieder zijn rol pakt en zijn of haar eigen talenten en vaardigheden inzet.

Het essay kan je hier lezen: Publieke bricoleurs: Over ambtelijk vakmanschap op het raakvlak van gemeente en gemeenschap [pdf]

Eerder sprak ons bestuurslid René Kerkwijk met de onderzoekers, dit interview vind je hier: Ik begrijp dingen niet als ik ze niet kan zien. Dus je moet gaan kijken

reacties

  • 2:35 pm - september 25, 2019 - Han Van Geel.

    In het taalgebruik lezen we de kern van het vraagstuk. ‘Bricoleur’ (knutselaar) maar ook woorden als ‘Agile’ (beweeglijk), ‘opportunist’, ‘improvisator’; het zijn woorden waarmee essentiële kwaliteiten van dit professionele profiel worden benoemd, maar die vanuit onze cultuur een dubbelzinnige of marginale bijklank hebben. De ‘knutselaar’ is een amateur… Iemand die beweeglijk is, is niet berekenbaar… De opportunist maakt ‘mis’bruik van gelegenheden… De improvisator klooit maar wat aan… Vaak moet de Franse of Engelse versie van het woord, de betekenis ervan emanciperen. Het laat de verlegenheid zien van de gevestigde orde, om dit professionele profiel echt in positie te brengen.

Reageren? Log in via