Open stad – tijdelijke rimpeling of blijvende meerwaarde?

13 januari, 2020 - Webredactie
logo-platform31

door Melika Levelt >>

Vlak om de hoek van de levendige Nieuwe Ebbingestraat in Groningen, ligt een prachtige nieuwbouwwijk: het Ebbingekwartier. Wie er nu rondloopt, kan zich nauwelijks de overlast van junkies, verloedering en gebrek aan aanloop in de winkels voorstellen uit de jaren negentig. Winkeliers uit de Nieuwe Ebbingestraat, kunstenaars en creatieve ondernemers hebben hier met een creatieve broedplaats in een aantal jaren het gebied nieuw leven ingeblazen. Inmiddels is eerder geplande woningbouw die stil was komen te liggen alsnog gerealiseerd.Kleinschalige initiatieven van bewoners en ondernemers zien we op steeds meer plekken in Nederland. Niet langer zijn het alleen grote projectontwikkelaars en gemeenten die de stad grootschalig vormgeven. De verhoudingen zijn veranderd. De gemeenschap doet mee in het stapsgewijs tot ontwikkeling brengen van de stad. Althans, dat is de gedachte en vaak wens achter broedplaatsenbeleid, gemeentelijke ‘loodsen’ voor het bij elkaar brengen van initiatieven en braakliggende terreinen, subsidieregelingen voor burgerinitiatieven en zelfbouwkavels en deels ook achter de Omgevingswet. Maar onder welke voorwaarden leiden al deze inspanningen echt tot gebiedsontwikkeling met brede en blijvende participatie en ruimte voor bewoners en ondernemers?

Onderzoek in het kader van het project R-LINK laat zien dat het bereiken van een Open stad – een stad waarin initiatieven van burgers, kleine ondernemers en maatschappelijke partijen de ruimte krijgen en waarin bestaande sociale en fysieke structuren niet zonder meer doorsneden worden en ontwikkelingen veel meer stapsgewijs gaan – in de praktijk van gebiedsontwikkeling nog lang niet vanzelfsprekend is.

In het online magazine Open Stad dat in januari 2020 verschijnt, analyseren we hoe het staat met het bereiken van de beloftes van participatie en de open stad in 14 cases en geven we handvaten om het beter te doen. Een tipje van de sluier in vier spelregels.

  1. Wees concreet én flexibel: actie roept reactie op. Pas als de plannen gesmeed en concreet zijn, komen alle krachten los die nodig zijn om een plan te laten aansluiten bij de gemeenschap. Lastig, want dat kan alles weer overhoop gooien. Tóch zou juist dat mogelijk moeten zijn als je de belofte van een gemeenschap die meedoet wil waarmaken.
  2. Denk niet in dé gemeenschap maar in gemeenschappen: te vaak wordt gedacht dat een buurt met één mond spreekt en dat als er bewoners zijn betrokken, iedereen is betrokken. Dat is natuurlijk helemaal niet zo. Ieder plan en iedere inhoud brengt andere belangengroepen met zich mee. Daar moet je je bewust van zijn. Ga op zoek naar die belangen en deel mensen niet in groepen in aan de hand van kenmerken die voor de inhoud van een plan wellicht helemaal niet relevant zijn.
  3. Maak meedoen eenvoudig en snel. Procedures, afdelingen, bestuurslagen: nog steeds blijken veel mensen af te haken doordat het te ingewikkeld is om mee te doen of te lang duurt. In dit gat springen allerlei intermediaire partijen. Die vertalen lastige regels in concrete stappenplannen, helpen de weg te vinden in het gemeentelijke bos en de moed erin te houden. Eigenlijk gek dat dit nodig is. Ook binnen de overheid blijkt lang niet alles altijd helder op een rij te staan. Eenvoudig en snel betekent dus ook: intern de zaken goed op orde hebben zodat burgers én ambtenaren weten waar ze aan toe zijn en geen tegenstijdige of later opstapelende richtlijnen en voorwaarden meekrijgen wanneer ze over een plan met elkaar in gesprek zijn.
  4. Kijk verder dan winstmaximalisatie bij grondbeleid. Marktkrachten in grond en vastgoed zijn alles bepalend. Zolang die gelijk blijven, verandert er uiteindelijk niet wezenlijk iets. Het is niet één, twee, drie te zeggen wat hier de oplossing voor kan zijn. Veel zaken rond toegang tot grond zijn immers vanuit Europese regelgeving bepaald – neem grondprijzen die in principe marktconform moeten zijn en de vrijheid van vestiging. Maar wie echt een open stad wil realiseren, ontkomt er niet aan hierover het debat te openen en op zoek te gaan naar manieren om ook minder kapitaalkrachtigen een plek te geven en laten behouden in een open stad.
Er is dus nog werk aan de winkel voor het bereiken van een open stad. Niet alleen voor burgers en ondernemers als initiatiefnemers maar ook voor overheden en ontwikkelaars om de eerstgenoemde kleinere partijen letterlijk en figuurlijk echt de ruimte te geven in stadsontwikkeling.

Dit blog verscheen eerder op www.platform31.nl

Melika Levelt
Onderzoeker Hogeschool van Amsterdam

Meer weten van het onderzoek van Melika en de onderzoeksgroep R-LINK, kom dan naar De mythe van participatie in Pakhuis de Zwijger op 23 januari. Of lees de laatste Rooilijn.

reacties

Reageren? Log in via