Noodpakket, noodboekje: maatschappelijke weerbaarheid staat hoog op de overheidsagenda. Nu een crisis geen ver-van-mijn-bedshow meer is, zoeken gemeenten hoe ze zich kunnen voorbereiden. De wijk speelt daarin een sleutelrol. In gesprek over weerbaarheid met een kwartiermaker, een wijkregisseur en een bewoner. Het startpunt: de Zoetermeerse wijk Rokkeveen.
In Zoetermeer gaan de handen uit de mouwen voor weerbaarheid. De stad heeft kwartiermaker Saskia Duimelaar aangesteld om een aanpak te ontwikkelen. “Dan gaat het er niet alleen om wat je als bewoner kunt doen, maar ook als netwerkpartners en gemeentelijke organisatie. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met onze dienstverlening als de stroom uitvalt? Iets simpels als uitkeringen betalen wordt dan opeens een groot probleem.”
Bij het opstellen van de aanpak werkt Saskia samen met allerlei partners. Een van hen is de wijkregisseur van de wijk Rokkeveen, Serpil Guzelmansur: “Voor mij betekent weerbaarheid dat je als wijk kunt omgaan met wat er op je af komt. En dat is best veel in deze tijd.”
Wijkbewoners worden actief betrokken om mee te denken over de aanpak. Zoals Don Daniëls, bewoner van Rokkeveen: “Als productontwerper ben ik dagelijks bezig met het bedenken van integrale oplossingen voor problemen. Daarnaast heb ik al jaren interesse in geopolitiek en het analyseren hiervan. Bovendien voel ik de noodzaak om wat te doen voor de veiligheid van Nederland en de mensen om mij heen. Die combinatie heeft me gedreven om me aan te melden bij de gemeente, om mee te praten over maatschappelijke weerbaarheid.”
Grootschalige hack
Voordat we inzoomen op de oplossing – een aanpak voor weerbaarheid – eerst maar eens het probleem: maatschappelijke ontwrichting. Wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Dat kan echt van alles zijn, zegt Saskia. Maar in de kern gaat het om de vraag: wat raakt er in de wijken ontregeld bij een langdurige verstoring? “Zo’n verstoring kan variëren van stroomuitval, vervuild water of een grootschalige hack tot een overstroming of een andere natuurramp. Als die verstoring kort duurt, kunnen veel mensen het nog wel opvangen. Maar dat wordt anders als het dagenlang duurt. Dan komt weerbaarheid in beeld.”
Op dit moment is die maatschappelijke weerbaarheid best beperkt. Als je dieper inzoomt, zie je dat de veerkracht van onze samenleving onder druk staat. “Er is sprake van groeiende polarisatie, economische onzekerheid en snelle veranderingen”, ziet wijkregisseur Serpil. “Mensen maken zich zorgen over de omgang met elkaar, over veiligheid, over sociale samenhang. Bij een deel is ook het vertrouwen in de instituties laag.”
Don herkent het, maatschappijbreed maar ook in zijn eigen wijk Rokkeveen: “Je ziet steeds meer ‘wij tegen zij’ in onze samenleving. Als we weerbaar willen zijn, is het belangrijk om daar te beginnen. Naar elkaar luisteren, begrip voor elkaar hebben, elkaar begrijpen zonder het met elkaar eens te zijn. Dan neemt de spanning af en kun je de handen ineenslaan.”
Investeren in ontmoeting
Bouwen aan verbinding, dat is dan ook een must bij de weerbaarheidsaanpak in Zoetermeer. Het helpt daarbij dat dit onderwerp niet uit de lucht komt vallen, ziet Saskia. “Mensen hebben het informatieboekje over noodsituaties ontvangen. Velen hebben al weleens nagedacht over een noodpakket. En met een documentaire zoals Black Out van de NPO kun je een realistisch beeld krijgen van wat er kan gebeuren. Het mooie is dat we nu de tijd kunnen nemen om ons voor te bereiden. Corona overviel ons, maar op dit moment hebben we de luxe dat we met elkaar een aanpak kunnen ontwikkelen.”
Ook al staat die aanpak nog in de kinderschoenen, in Zoetermeer zijn de eerste aandachtspunten in beeld. Zoals gezegd staat het werken aan sociale samenhang op één – iets wat al volop gebeurt vanuit de wijkplannen. “Samen met het wijkteam en partners zetten we in op het verkleinen van de sociale afstand tussen mensen”, vertelt Serpil. “Ook in Rokkeveen is dat een aandachtspunt. De wijk heeft een wat oudere populatie die het over het algemeen redelijk goed heeft, maar veel mensen zijn wel op zichzelf. We investeren daarom in ontmoeting en het tegengaan van eenzaamheid. Dat is meteen ook een goede basis voor weerbaarheid.”
Ze wijst niet alleen op de verbinding tussen bewoners onderling, maar ook op die tussen bewoners, netwerkpartners en gemeente. “Mensen moeten nog meer het gevoel krijgen dat de overheid hen serieus neemt en dat die betrouwbaar is, zeker in crisissituaties. Dat betekent dat we als gemeente transparant, zichtbaar en in contact moeten blijven.”
Steunpunt in de wijk
Een logisch tweede aandachtspunt is het meedenken van bewoners, ondernemers en organisaties over de aanpak per wijk. Kwartiermaker Saskia wil graag met hen in gesprek: Hoe kijken zij aan tegen crisissituaties? Wat kunnen ze zelf doen? En wat hebben ze nodig van buren, netwerkpartners of de gemeente?”
Don ziet al een lijstje aan bespreekpunten voor zich: “Veel mensen kunnen zelf wel een noodpakket samenstellen. En je kunt eventueel ook iets extra’s kopen, zodat je iets voor buren in huis hebt. Maar wat moet je doen als de stroom uitvalt en je hebt medicijnen die gekoeld moeten blijven? Hoe houd je het veilig als het alarmnummer niet meer bereikbaar is? Waar kun je terecht met vragen? Over zulke dingen moet je samen in gesprek.”
Het inrichten van concrete steunpunten per wijk – een derde aandachtspunt – moet een belangrijke rol gaan spelen in de aanpak. Dit zijn plekken waar bewoners in crisissituaties naartoe kunnen voor vragen en ondersteuning. Door heel Nederland worden pilots gedaan met zulke steunpunten, om te kijken wat werkt. Saskia: “Ook hiervoor is de inbreng van bewoners en netwerkpartners heel belangrijk: wat is een goede plek voor zo’n steunpunt, welke voorzieningen zou je daar moeten hebben, en hoe informeren we mensen daarover?”
Toolkit voor de buurt
Een laatste aandachtspunt is de praktische inzet van bewoners zélf. Want uiteindelijk staat of valt weerbaarheid met wat zij zelf regelen en voor elkaar betekenen. Don: “Dan wordt het heel concreet. Je kunt bijvoorbeeld met je straat afspreken dat alle even nummers extra water kopen en alle oneven nummers extra eten. Zo organiseer je met elkaar dat je genoeg hebt.”
En net zoals je een noodplan voor je eigen huishouden kunt maken, kun je dat ook doen met de straat, noemt Saskia: “Je kunt samen inventariseren wie er extra hulp nodig heeft in crisissituaties. Dat zorgt meteen al voor meer samenhang in je straat. Als gemeente kijken we ook hoe we dat straatgesprek kunnen faciliteren. We denken bijvoorbeeld na over een toolkit voor buurten, zodat je je samen beter kunt voorbereiden.”
Oog voor elkaar
Veel vraagt nog om verdere doordenking, maar het bruist in ieder geval van de ideeën in Zoetermeer. Wat meteen opvalt, is dat het werken aan weerbaarheid uiteindelijk het werken aan vitale wijken is. Het draait immers om buurten waarin mensen oog hebben voor elkaar en het met elkaar redden, in goede en in slechte tijden. “Eigenlijk loopt weerbaarheid al als een soort rode draad door alles wat we in de wijk doen”, merkt Serpil op. “Of het nu gaat om veiligheid, leefbaarheid, armoede of jeugd: bij elk thema is de vraag hoe dit zorgt voor meer onderlinge samenhang en meer stevigheid.”
Saskia hoopt dat die stevigheid over vijf jaar echt voelbaar is – in de wijken, maar ook bij de gemeente en haar partners. “Voor de gemeentelijke organisatie: dat we weten wat er op ons af kan komen en dat we daarmee kunnen omgaan. En voor bewoners: dat de zelfredzaamheid maar vooral ook de sámenredzaamheid is gegroeid.”
Op dinsdagmiddag 21 april organiseren LPB, LSA en VNG in Den Haag een netwerkbijeenkomst over weerbare wijken. Klik hier voor informatie en aanmelding.
De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft een gesprekstool ontwikkeld over maatschappelijke weerbaarheid die je kunt downloaden.













