LPB’ers weten hoe het is om als wijkadviseur of gebiedsmanager met bewoners in gesprek te gaan over de buurt. Maar hoe is het om zélf op de stoel van de bewoner te zitten? Marijn Roze (35) – gebiedsprofessional en eigenaar van bureau Buurteigen – nam de proef op de som. Hij ging als bewoner aan de slag met de leefbaarheid in zijn eigen buurt, de Meppelse wijk Koedijkslanden. “Ik ben positief verrast.”
Marijn werd ooit opgeleid als planoloog – “want wijken ontwerpen leek me toen erg leuk” – maar koos al snel voor het gebiedsgerichte werken ín de wijk – “want dat bleek een stuk leuker”. Als procesbegeleider vanuit z’n eigen bedrijf Buurteigen heeft hij inmiddels voor allerlei gemeenten gewerkt: van Deventer tot Almelo, van Midden-Drenthe tot Zaanstad. Op dit moment helpt hij de gemeente Almere bij het invullen van het wijkgerichte werken.
Zijn aanpak: kijken naar wat past bij de buurt zélf. “Elke buurt is anders: de bewoners, de sfeer, de stenen. In het gebiedsgerichte werk moet je dus altijd op zoek naar wat ‘eigen’ is voor een buurt. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Durf je bewoners echt serieus te nemen en te luisteren wat hun zorgen en twijfels zijn – en welke kansen ze zien? En wil je ruimte maken voor de oplossingen die zíj aandragen.”
In gesprek
Min of meer bij toeval kreeg Marijn de kans om dat bewonersperspectief zélf te verkennen. Zes jaar woont hij nu met vriendin en – inmiddels – twee dochters in de Meppelse wijk Koedijkslanden. “Een typische jarenzeventigwijk met veel eengezinswoningen, zowel laagbouw als hoogbouw. Veel mensen wonen er met plezier, maar tegelijk spelen er ook problemen rond bijvoorbeeld sociale samenhang en overlast. Toen de gemeente hier vorig jaar met professionals en inwoners een verkennend gesprek wilde over de wijk, dacht ik: ik doe mee, als bewoner. Om te horen wat er speelt én te kijken of dat ook brandstof zou geven om samen aan de slag te gaan.”
In dat gesprek werden de haarscheurtjes in de buurt al snel duidelijk. “Een deel van de mensen worstelt met eenzaamheid. Er is sprake van armoede. Met ouderen gaat het niet altijd goed. En voor kinderen en jongeren is er weinig aanbod. Tegelijk valt op dat heel veel mensen van betekenis willen zijn voor de wijk. Er zijn dus best uitdagingen, maar er is ook veel potentie.”
Prioriteiten stellen
Samen met de opbouwwerker en met andere buurtbewoners besloot Marijn de koe meteen maar bij de horens te vatten. “We konden eerst wachten tot de gemeente met een plan kwam, maar we dachten: we kunnen ook zelf alvast kijken wat we kunnen doen. Met een groepje buurtgenoten hebben we de belangrijkste onderwerpen op een rijtje gezet. Dat waren er zeven, rond thema’s zoals jongeren, ouderen, veiligheid, ontmoetingsplekken en zorg.”
Via een enquête polste de bewonersgroep vervolgens welke van die zeven volgens de buurt de eerste prioriteit hadden. De top-3: ‘Een veilige en schone wijk’, ‘Kansen voor kinderen & jongeren’ en ‘Fijn ouder worden’. “Daarna hebben we een buurtbijeenkomst georganiseerd om aan de slag te gaan met die drie. Daar kwamen 75 mensen op af, supermooi! En velen van hen willen actief meedoen.”
Boven het hoofd
Het is een superleerzaam proces, vindt Marijn. Hij krijgt er veel energie van, maar loopt ook tegen zaken aan die hij vanuit z’n rol als wijkprofessional niet meteen had kunnen bedenken. “Als spreekbuis voor het bewonersgroepje heb ik bijvoorbeeld al een paar keer in de krant gestaan om te vertellen over de wijk. Pas als je dat doet, besef je dat je je nek uitsteekt. Als ik bijvoorbeeld een boekje opendoe over drugsoverlast in de wijk, moet ik me dan zorgen maken over mijn eigen veiligheid? En wat gaan mensen eigenlijk van me verwachten – en kan ik dat wel waarmaken?”
Marijn ontdekte ook hoe snel een initiatief groter kan worden dan je had kunnen bedenken. “Dat is heel leuk om te ervaren. Maar je gaat je ook afvragen: wat is mijn rol hierin? Van tevoren bedenk je niet hoeveel uren je erin wilt steken, totdat het je boven het hoofd dreigt te groeien. Gelukkig merk ik dat veel mensen de handen uit de mouwen willen steken, dat geeft vertrouwen. Maar ik realiseer me ook hoe belangrijk het is dat een wijkregisseur betrokken is en dat de gemeente helpt om bewoners goed te faciliteren. Dat gebeurt hier gelukkig ook.”
Energievreter
En een laatste leerervaring: voordat je het weet, wordt jouw initiatief ingekaderd door bestaande structuren. “We hebben hier bijvoorbeeld vanouds een wijkplatform dat deels op subsidie van de gemeente draait. Je zou zeggen: het is logisch om als bewonersinitiatief daarbij aan te sluiten. Dat hebben we ook wel verkend, maar het zoog meteen alle energie weg. Zo’n platform werkt met vastgestelde rollen en taken. En dat past helemaal niet bij de fase waarin wij zitten en de ideeën die we hebben. Daarvan leerde ik: je moet eerst ruimte maken voor de beweging en dan pas kijken welke structuur daarbij past. Voor mijn werk als gebiedsprofessional is dat een groot leerpunt. Want je duwt bewoners maar al te snel in bepaalde – vaak ook gemeentelijke – structuren of manieren van doen.”
Vertrouwen
Marijn realiseert zich dat hij en z’n medebuurtbewoners nog maar aan het begin van dit buurtproces staan. “We moeten nog gaan ontdekken hoe dit alles verder vorm krijgt, samen met de gemeente en met andere organisaties. Maar uiteindelijk staat of valt het samenleven in de wijk met goede interactie met elkaar – en dat komt nu van de grond. Ik ben positief verrast hoeveel vertrouwen er in korte tijd is gegroeid in onze kleine bewonersgroep. Tijdens de eerste buurtbijeenkomst met die 75 bewoners merk je dat dit weer afstraalt op anderen. Natuurlijk blijft vertrouwen een werkwoord, maar de bereidheid is er. En dat is heel mooi om te ervaren.”
Meer over Marijn Roze lees je op de site van Buurteigen.













